Blij als een volwassene?

Zij …

Kwam elegant aanlopen. Het ene rankje voetje recht voor het andere. Wij staarden. Was dit realiteit of droomden wij? Het tasje bungelde aan de hengsels die zorgvuldig om haar elleboog gepositioneerd waren. Haar ogen waren groot als schoteltjes en haar wimpers woven op en neer als vlindervleugels. Haar wangen waren roze en haar lippen leken zorgvuldig, perfect gelakt. Op de achtergrond hoorden wij Lana del Rey zingen: ’Life Imitates Art’. En dit was Art, kunst van een niveau dat wij nooit zouden behalen. Vergeleken bij dit prachtwerkje waren wij schooiers, van de straat geplukten of misschien zelfs rioolratten.

Eerst had ik haar nog niet in het oog. Ze liep naar mijn kassa, alsof ze dat aanvoelde. Ik wilde wegrennen, deze druk kon ik niet aan. Nog niet. Maar als caissière kun je niet zomaar weglopen. Het is je plicht om te blijven zitten. Behalve bij brand. Vurig hoopte ik op brand, maar nee, het wilde niet baten. Zwetend op mijn caissière-stoeltje zat ik daar. Hoe kon ik, de rioolrat, dit wezen helpen? Deze perfect gelukte creatie? Dit zorgvuldig gebeeldhouwde figuurtje? Ik durfde niet. En voor het eerst in mijn leven kwam ik erachter wat het woord ‘angstzweet’ inhoudt.

Ze had maar één product meegepakt uit de winkel. Met zijn allen keken wij toe hoe ze dit met zorg en beleid neerlegde bij mijn kassa. Ze had heel zelfstandig de zelfscanner gepakt en drukte die in mijn hand. Op een manier alsof ze wilde zeggen: Vrees niet! Ik ben het maar. Dit werd me te veel. Mijn gezicht stond vol emotie en ik snoot mijn neus in een oude kassabon.

Zij had niks door. Rustig haalde ze haar tasje van haar elleboog en pakte een portemonnee van Louis Vuitton. Wij hadden ontzag. Daar haalde ze geen contant geld uit zoals ik verwacht had bij een kind van negen. Nee. Haar pinpasje scheen ons in ons gezicht. Zij pinde.

Een piep schudde ons wakker: ze was haar pincode vergeten.

Het meisje van negen dat eruit zag als een volwassen vrouw bleek toch nog maar een kind. Een kind dat hoort te spelen en hutten te bouwen. Niet iemand die zichzelf opmaakt tot in de puntjes. Iemand die haar kleren zorgvuldig uitgezocht heeft zodat alles matcht. Ik zei tegen haar dat ze maar even rustig moest nadenken over de pincode. Even later kwam ze terug, beschaamd. Ze toetste de juiste code in. En blij als een kind liep ze met haar tasje de winkel uit.

Groepsdruk-mening

Met een zak chocoladepepernoten bekijk ik het alom bekende, afschrikwekkende filmpje van de twerkende Miley. Iedereen heeft het gezien. Het staat bij ‘aanbevolen video’s’ op YouTube. De pulpbladen zijn gevuld met meningen en kritische opmerkingen van gewone, echte mensen. Zelfs kranten besteden er aandacht aan dus waarom ik niet? Voor mensen die dit verhaal compleet gemist hebben en zich nu zeer buitengesloten voelen, volgt hier de uitleg.

Tijdens de MTV Video Music Awards komt Miley Cyrus in berenpak, tong half uit haar mond, het podium op shaken. Ze noemt haar kleding een berenpak. Ik denk daarbij aan een megaknuffel. Zo’n zachte, pluizige, bruine beer. Ik noem dit eerder vleeskleurige latex lingerie. Kortom het is erg lelijk. Daarbij had ze als leuke accessoire een grote, schuimrubberen hand met een uitstekende wijsvinger. Later gebruikte ze deze wijsvinger om het publiek te laten zien waar haar kruis zat, wat heel apart is. Tijdens het liedje loopt ze (of kronkelt ze) naar Robin toe, de mannelijke medezanger en gaat met haar kont tegen zijn kruis staan twerken. Haar tong is natuurlijk niet afwezig en hangt weer helemaal uit haar mond.

Terwijl ik nog een chocoladepepernoot in mijn mond stop, overpeins ik wat ik zojuist heb bekeken. Op school hadden we het er al over en iedereen had zijn mening klaar. Iedereen weet ervan, iedereen heeft het gezien. En het aller raarste: we vinden het ook ontzettend erg. Alsof we er last van hebben. Ik bedenk ineens iets, ik heb er eigenlijk helemaal geen last van. Volgens mij is er is sprake van groepsdruk: je moet er per se een mening over hebben. En die mening moet zijn: dit vind ik écht niet kunnen.

Is het heel erg dat dit me niks doet? Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik lig hier vannacht niet wakker van. Jij wel? Weet je wat het is? Miley is heel slim bezig, al zegt ze het zelf. Wat iedere artiest wil na de VMA is dat alle aandacht naar hem/haar gaat. Het is wel duidelijk dat Miley dit gelukt is.

Want zelfs treinblaadjes zoals Metro en Spits, zelfs leuke tijdschriften schrijven pagina’s vol informatie en meningen over Miley. Iedereen zit ermee en heeft medelijden met het twerkende sterretje. Hebben zij ook opeens last van de groepsdruk?

Nog een duidelijk voorbeeld van de groepsdrukmening: Rihanna maakt een clipje ‘Pour it up’ waarin zij twerkt en Miley een lesje leert dat het altijd nóg erger kan. Hier is opeens de mening: dit is heel normaal. Dit past bij Rihanna. En Lady Gaga dan? Die al jaren halve seks heeft in haar clipjes. Niemand die er last van heeft. Maar als Miley het doet dan vinden we dat massaal dieptriest. Het is zo selectief.

Misschien hadden we ietsje beter zelfstandig moeten nadenken en de conclusie trekken dat het ons eigenlijk helemaal niet boeit. Of in ieder geval de conclusie kunnen trekken dat we er niks aan hebben voor onze ontwikkeling. We gaan echt kantelen als maatschappij als we hier ons, omdat het hoort, nog langer druk om maken. Ik heb de zak met chocopepernoten bijna leeg, tijd om een goed boek te gaan lezen.

 

Ik mis dat OV-talent

Wat bijzonder was dit. Vanmiddag rond half 6 liep ik met wat mensen uit mijn klas naar het station Ede-Wageningen. Een vriend had namelijk het idee om lekker bij de snackbar te gaan eten. Toen alles op was, kwam precies de trein voor de paar klasgenoten van mij. Ik liep snel naar het busstation. Natuurlijk stapte ik in de verkeerde bus, namelijk lijn 88. Daar kwam ik achter toen ik er eenmaal een kwartier in zat. Vervolgens wachtte ik op mijn eigen lijn (85) om bij Veenendaal te kunnen komen. Deze bus ging echter weer terug naar station Ede-Wageningen. En net voordat ik kon uitstappen reed de bus die naar Veenendaal ging weg. Ik moest een uur wachten op de volgende bus. Zwaar depressief en lichtelijk chocolabehoeftig ging ik in het hokje zitten. Demonstratief een film kijkend zat ik daar in het bushokje omdat ik eigenlijk wel wist dat dit helemaal aan mezelf lag.

Toen kwam er een jongen aanlopen en hij vroeg wat aan me. Wat het was ben ik vergeten, maar het doet er ook niet toe voor het verhaal. Hij was ook verbaasd dat we een uur moesten wachten en liep weer weg. Dat verlichtte mijn donkere ziel, ja natuurlijk! Ik kon ook gewoon een uur iets anders gaan doen. Zo stapte ik uit de depressieve sfeer die, mede mogelijk gemaakt door mij, in het hokje hing. Ik liep naar het eet-café met een Turkse naam om daar koffie te drinken. Ze hadden wijnglazen, maar schonken geen wijn. Dat vond ik zo bijzonder dat het even in mijn verhaal moest.

Ik kreeg mijn cappuccino en ging zitten. Ik wilde muziek gaan luisteren toen de jongen vriendelijk naar mij lachte. Hij zei: ‘Daar zitten we dan.’ En inderdaad, daar zaten we. De jongen in kwestie had humor en uiteindelijk had ik een random plakbandje op mijn hand en kreeg ik een witte magnum van hem. Dat maakte mijn dag weer goed.

In de bus, toen we naast elkaar zaten, kregen we opeens een gesprek over het geloof. Deze jongen vond God cool, weet dat God hem ‘awesome’ vind en van hem houdt. Dit vond ik zo inspirerend dat ik, na de busrit, meegefietst ben tot zijn theater waar hij op musicals repeteert. We hebben daar nog een uur gepraat en vol van deze jongen en zijn geloof fietste ik naar huis.

Mijn falen brengt dus toch iets goeds. Van dit soort mensen krijg ik altijd heel veel zin om te luisteren nar muziek die gaat over Gods liefde. (Zie de link hieronder) Ik denk dat God van ons allemaal houdt, juist als we falen. Er is dus nog hoop voor mij en mijn hopeloze OV-leven.

 

Toby Mac- Made To Love